Vastenavend, het feest van de toekomst

Deze filosofische blog gaat over waarom we de zotheid af en toe zo nodig hebben. Het gaat over Erasmus en carnaval; over creativiteit en kritiek; over democratie en de toekomst. Carnaval is voor de maatschappij als een publiek dat zelf de regie neemt. Even de ‘macht’ grijpen; even vrij zijn. Van vast en opgesloten zitten naar weer letterlijk en figuurlijk de ruimte hebben. Vastenavend is het feest van de toekomst, want vastenavend is vrij zijn en daarom het feest van verandering!

Als confetti eenmaal in je huis zit, dan gaat het er niet meer uit. Zo is het met meer dingen. Sommige liedjes en gedachten blijven ook lang in je hoofd zitten. “Yaya, yippee, yippee, ya, ya, yee,” zit nog steeds in mijn hoofd (en nu ook bij diegenen die K3 kennen, geen dank). Dat ligt niet alleen aan het nummer, maar aan dat het nummer het moment markeerde dat de omkering met de vastenavend compleet was. In het feest van de omkering stond uiteindelijk alles op zijn kop. En dat was goed. Het gaf me lucht en energie om er weer tegenaan te gaan. Daarom is vastenavend het feest van de toekomst.

Deze filosofische blog gaat over waarom we de zotheid af en toe zo nodig hebben. Het gaat over Erasmus en carnaval; over creativiteit en kritiek; over democratie en de toekomst. Houd je meer van één concrete oneliner, scroll dan door naar het einde, of zing nog een keer mee:”Me danse n’op de schuit en springen overal bovenuit. Jaya jippee, ja, ja jee!”

Even over dat liedje en waar dat gezongen werd. De Bergse vastenavend wordt altijd officieel afgesloten tijdens een de Sluiting waar nog één keer de beste acts voorbij komen. Meestal gezongen door de bekende figuren die symbool staan voor de carnaval. Dit jaar was daar ook een jong narretje bij. Dat gebeurt niet zo vaak, daarom was dat zo mooi. De jeugd trad naar voren, tussen alle middelbare mannen die in Bergen op Zoom het feest organiseren. Jong verdrong oud en gaf daarmee aan klaar te zijn voor de overname.

Zo gaat dat en zo hoort dat. De nieuwe generaties neem je eerst mee, daarna doen ze mee, daarna nemen ze het over. Zo groeien ze IN in de culturele traditie. Ik zag het ter plekke gebeuren. Ook met mijn eigen dochters. Hen nemen we al jaren mee, inmiddels doen ze mee, maar nog met hulp van ons. We leggen uit en doen voor hoe we dingen doen (gezond blijven eten, stoppen als je moe wordt, mee zingen, mee doen). Zoals wij onze dochters in en met de carnaval opvoeden, zo zou je de carnaval zelf ook kunnen zien als opvoeder van de maatschappij. Dat vergt wellicht nog wat meer uitleg.

Ik heb het idee over carnaval als middel tot ontwikkeling niet van mezelf, maar van Bachtin*, een Russische taalfilosoof in de 20ste eeuw. Hij stelde dat met het volkse carnaval tegenpolen elkaar tegen komen, elkaar in de ogen kunnen kijken en verschillen kunnen verdwijnen, doordat het voor iedereen toegankelijk is en door de omkering en het verkleden. Carnaval is het feest waar hiërarchie tijdelijk verdwijnt en er zo ruimte komt voor andere ideeën. De vaste stramienen en structuren worden onderwerp van spot, vergelijkbaar met zoals Erasmus dat wilde laten zien met zijn Lof der Zotheid. Erasmus laat de Zotheid koningen en de kerk belachelijk maken en kan dat alleen maar doen, omdat het ‘maar’ de Zotheid is die dat zegt*. Bachtin zegt bijna hetzelfde en laat in zijn werk zien dat het voor culturele ontwikkeling nodig is om autoriteit te bekritiseren, maar dan wel nadrukkelijk zonder zelf dogmatisch te worden.

Zonder nu al te chauvinistisch te willen zijn, dát doen wij dus in Bergen op Zoom met Vastenavend. We draaien niet alleen de hiërarchie om als de prins de sleutel van de stad krijgt, maar we bekritiseren ook weer díe macht als we de organisatie van de carnaval op de hak nemen. Zo nam het publiek in de zaal tijdens de eerder genoemde sluiting de regie over van de voorzitter, nadat de Burgermeester zelf een een inhaker had gezongen. Die inhaker werd bij elke stilte weer ingezet. We zien het ook terug als op de maandagavond de blauwe kielen – zo worden de leden van het organiserend comité genoemd, omdat ze als boeren een kiel dragen – belachelijk worden gemaakt door de acts die dan te zien zijn. Die acts worden dan zelfs vaak beloond door diezelfde blauwe kielen (over omkeringen gesproken).

Het organiserend comité van de vastenavend (‘de Stichting’) wordt bespot door ze als apen in een kooi te zetten.

Dat al die kritiek kan en al die vrijheid er (even) is, leidt tot creativiteit, tot ruimte om anders te denken, om verder te dromen om wat kan en zou kunnen. Niet alleen voor creatieven, vrijzinnigen en vrijdenkers, maar ook voor hen die zich aan die gedachten kunnen laven. Kritiek mogen geven stimuleert ook zelfkritiek – een wethouder moet immers wel een keer op een carnavalswagen belachelijk zijn gemaakt, zoals een minister wel een keer door Lubach gefileerd moet zijn. Carnaval is zo voor de maatschappij als een publiek dat zelf de regie neemt. Even de ‘macht’ grijpen; even vrij zijn. Van vast en opgesloten zitten naar weer letterlijk en figuurlijk de ruimte hebben.

Je snapt inmiddels wel dat als dan tijdens al die omkeringen ook nog de toekomst zich laat zien in een narrenpak, dat de tranen zo wat over mijn wangen liepen. Er is geen pleidooi nodig voor (het beschermen van) de vastenavend in Bergen op Zoom. Het is beter goed te kijken naar vastenavend als het feest van de toekomst, want vastenavend is vrij zijn en daarom het feest van verandering!

* Eigenlijk heb ik het van Bert van Oers, mijn promotor, die over Bachtin schreef. Bachtin haalde dit idee dan weer van Rabelais. Meer over Bachtin: https://en.wikipedia.org/wiki/Mikhail_Bakhtin

** Erasmus heeft ook even in Bergen op Zoom gewerkt en gewoond (eigenlijk in Halsteren). Dat was voor dat hij Lof der Zotheid schreef. Ik weet niet wat dat zegt.