Niet zo stille reserve

Al een tijdje verbaas ik me over het gebrek aan urgentie en samenwerking in de regio met betrekking tot het lerarentekort. Het heeft uitgemond in een ingezonden brief voor de regionale krant (helaas niet geplaatst). Een versie in 200 woorden en een uitgebreide versie. De uitgebreide versie lees je hieronder.

Hoe kan ik helpen?
 
Vorige week  staakten de leraren. Onder andere vanwege de hoge werkdruk en een tekort aan collega’s. De Algemene Onderwijsbond noemt het een onderwijscrisis. Vorige week was er ook een drukbezochte informatieavond over zij-instroom in het onderwijs, georganiseerd door scholen voor voortgezet onderwijs en opleidingen in de regio. Eerder was er iets vergelijkbaars voor het primair onderwijs (BNDeStem, 29-01-2020).
 
Het lijkt dat er mensen zijn die het onderwijs graag zouden willen helpen met meer dan een gastles of luizenpluizen. Uit gesprekken die ik met potentiële zij-instromers had en uit eigen ervaring als lerarenopleider blijkt dat het voortraject complex is. Ondertussen werken besturen en opleidingen nauwelijks echt samen en lijken toch een soort concurrenten te zijn geworden. Dat kunnen we juist nu niet gebruiken.
 
Ondertussen heeft mijn netwerk (lerarenopleidingen, scholen voor voortgezet en primair onderwijs) nog geen beroep op mij gedaan. En dat vind ik vreemd. Ik zou graag een stap zetten, die ook nog eens binnen de sector gewenst is, maar  het blijkt  zelfs voor mij lastig om een logische route terug voor de klas te vinden.

Dat dit natuurlijk deels te maken heeft met mijn eigen ontwikkelwensen (ik wil namelijk meer dan alleen mijn oude vak bewegingsonderwijs gaan geven) en ook met idealen die het persoonlijke overstijgen, is duidelijk. Maar los daarvan is de route naar de klas complex. Regels met betrekking tot bevoegdheden en bekwaamheden zijn ingewikkeld. Zo is er bijvoorbeeld geen bevoegdheid voor een ICT-docent in de bovenbouw van HAVO en VWO en kun je als docent klassieke talen niet makkelijk ook een bevoegdheid voor het basisonderwijs behalen.

Door het pseudo-marktdenken in de sector werven schoolbesturen veelal ieder voor zich nieuwe docenten en zijn projecten om zij-instroom te werven gericht op alleen het primair onderwijs óf het voortgezet onderwijs. Dat maakt dat er langs elkaar heen gewerkt wordt.

Ik kan niet langer als zogenaamde stille reserve langs de kant blijven staan. Ik ben gepromoveerd onderwijspedagoog, lerarenopleider en eerstegraads leraar bewegingsonderwijs. Ik krijg weer zin om daadwerkelijk met leerlingen aan de slag te gaan. En meer nog: waarom zou ik naast het overnemen van een dag op een basisschool, niet ook een paar lessen kunnen verzorgen op een vmbo en/of wat werkdruk wegnemen door ontwikkelwerk over te nemen van leraren?
 
Het is dus tijd voor een nieuwe aanpak  om het mogelijk te maken voor vakbekwame professionals het onderwijs in stromen. Zo´n traject zou meteen een mooie ‘testcase’ op kunnen leveren voor het advies van de Onderwijsraad uit november 2018, waarin een heel nieuw perspectief op het opleiden en professionaliseren van leraren geschetst wordt.
 
Laten we het niet ingewikkelder maken dan het is. Voorkom ingewikkelde constructies. Soms gaat praktisch namelijk voor principieel, zoek de samenwerking en vooral, slecht de schotten en barrières tussen besturen en opleidingen.
 
Het onderwijs aan onze kinderen is te belangrijk om af te wachten en lijdzaam toe te zien hoe door het lerarentekort de kwaliteit van het onderwijs omlaag zal gaan. Hoe ik kan helpen? Ik kan morgen beginnen, wie volgt?
 
Geïnteresseerd? mail naar info@educatiefcollectief.nl
 
Martijn van Schaik
Lerarenopleider, onderwijsontwikkelaar en -onderzoeker en oud-docent bewegingsonderwijs.