Ga naar de inhoud

Wat was ik boos ….

Half februari in voorbereiding op de vrolijkste tijd in de stad waar ik woon, vastenavend, rolde onderstaande boosheid uit mijn vingers. En ik vloek dus eigenlijk nooit. Mijn dochters schrikken daar altijd van. Ik ook eigenlijk.
De boosheid is wel gezakt, de verontwaardiging niet. Daarom deel ik het toch. Zonder al te veel aanpassingen. Kleine details heb ik, een maand later nu, aangepast, vanwege de privacy van de anderen en het taalkundig leesbaar te houden. De context kan ik om dezelfde privacy van allen behalve mij niet verder toelichten dan dat ik met vier anderen, waaronder een schoolleider, een gesprek had. Die schoolleider was niet degene die aangesproken werd op gedrag, maar verdedigde dat gedrag.

What. The. Fuck!

Een schoolleider, die aan mij probeert uit te leggen dat het ook wel moeilijk is als man in het onderwijs, tegenwoordig.
(Ik heb tot 10 geteld, echt, voor ik in het gesprek reageerde. Ik heb het even laten rusten en twee andere gesprekken gehad …., want ik weet dat je beter niet kunt gaan schrijven als je boos bent, maar ik doe het toch!)
Waar moet ik beginnen?
Gelul! Bullshit! Gezanik! Of misschien beter, gemakzucht!!
‘Moeilijk als man in het onderwijs,’ serieus? Zal ik eerst de voordelen van het werken in het onderwijs op noemen? Of zal ik beginnen met de voordelen van man zijn? Of zegt ‘gelul’ wat dat betreft wel genoeg?
Bullshit dan, want echt, het is niet ‘tegenwoordig’ en het is ook niet moeilijk.
Ik zit ruim dertig jaar in het onderwijs, mijn opleidingstijd als gymleraar meegeteld. De eerste keer dat je een medestudent per ongeluk aanraakt bij haar borst tijdens het vangen van de salto, weet je: “hier moet ik mee oppassen.” (Althans ik hoop dat alle anderen dat ook denken). In één van de eerste edities van mijn vakblad las ik vervolgens over hoe je als docent L.O. met al je goede bedoelingen bij een ongeluk in de kleedkamer toch in de rechtbank moet verschijnen. Dat was ergens tussen 1992 en 1997, vóór ik afstudeerde. In de vorige eeuw dus.
En moeilijk, hoezo? Wat is er moeilijk om je te gedragen, of te checken of je aandacht/reactie/gedrag/‘hulp’ die je wil bieden gewenst is? Consent wordt wel eens iets ingewikkelds genoemd als het om seks gaat (mooi boek daarover van Manon Garcia hier), maar hopelijk gaat alles niet meteen om seks. In ieder geval niet in de situatie waarin ik me met de schoolleider bevond. Vragen als ‘Kan ik je helpen?’, ‘Wil je even praten?’, ‘Heb je een knuffel nodig?’ desnoods, zijn echt geen doodsteek voor het gesprek of de relatie. Sterker nog, het verrijkt het gesprek over de relatie, of die nu tussen professionals of tussen leerling en leerkracht is, of romantisch (zie nogmaals het boek van Manon Garcia). Bij zo’n vraag speelt namelijk op de achtergrond altijd hoe je je tot elkaar verhoudt. Dat gaat echt ergens over en misschien is dat misschien moeilijk voor sommigen.
Ik vind het ook nogal kleinzerig gezanik, als men (mannen) moeite heeft met aangesproken te worden op gedrag dat ongewenst blijkt te zijn. Helemaal als je dan de zaak omkeert en jezelf niet meer veilig zou voelen, want dat gebeurde dus ook nog. De veiligheid van mannen komt over het algemeen nergens in gevaar. Het is één van de zeven vinkjes. Het zeuren over iets dat ‘niet meer kan tegenwoordig’ is een soort boomergedrag. Dat je op je impulsen van jouw alfamangedrag aangesproken wordt, daar zou toch een alfaman tegen moeten kunnen? Dat je daar ‘vroeger’ niet op aangesproken zou worden, maakt toch niet uit? Er verandert wel meer. Deal with it. Of zou je ook nog liever op je paard stappen in plaats van in je Tesla?
Uiteindelijk denk ik, enigszins uitgeraasd, dat het van deze schoolleider en velen met haar vooral gemakzucht is. Mogelijk ook vanuit goede bedoelingen. Een man lukt iets niet. Precies uitleggen wat hij anders kan, of zou moeten doen, vraagt directheid, duidelijkheid én een helpende hand. Dat laatste kunnen we in de softe sector van het onderwijs best goed, die eerste twee een stuk minder. Daar blijven we liever van weg. Lekker makkelijk.