Recontextualiseer

Er zijn meer mensen die denken dat het kan. Het onderwijs zo inrichten dat het recht doet aan de kracht van leerlingen en leraren.

Zaterdag 29 mei was de conferentie, die nu jaarlijks op de zaterdag na Pinksteren zal zijn, in het onderwijs kan het wel. Goedemorgen Nederland besteedde er vanochtend ook aandacht aan:http://bit.ly/9fps1k 

 Vooral de ochtend was inspirerend. Met een keur aan wetenschappers (3), maar ook leraren, schoolbegeleider, een oud-inspecteur en verder een schoolbestuurder en een schoolleider. Een zeer afwisselend programma. Zij keken van dichtbij naar het onderwijs en zagen dat het kon, nu al, maar vooral later.

Indruk op mij maakte de oud-inspecteur (onderwijspedagoog!)Henk van der Weijden met zijn pleidooi voor het opheffen van het leerstofjaarklassen systeem, dat eigenlijk sinds de wet op de basisvorming verboden is in het P.O.! Zeker tijdens de borrel gaf hij precies de inspiratie die je af en toe nodig hebt. En zeker nodig had, na de wat veel te vol gepropte middag. Heerlijk zo’n man met ervaring en kennis en nog veel vuur. Een man die nog lang niet klaar is met zijn inzichten te delen.

Na afloop van het ochtendprogramma heb ik wel geconcludeerd dat er een gat zit in de onderbouwing van de gebruikte theorieën waarom en vooral hoe het dan zou moeten kunnen. Alle bijdragen steunden vooral op theorieen over het individu. Hoe het tussen leraar en leerling werkt, werd niet echt duidelijk. Dat is waar de Cultuur-historische theorie van Vygotskij en zijn opvolgers mooi in past. Henk Maas liet het terloops al vallen, de Russische leerpsychologie.

Henk Maas moet ik nog wel uitleggen dat het niet DEcontextualiseren is, maar REcontextualiseren. En dat complexe opdrachten ook wel, voor het VMBO althans, in de scholen kunnen werken.

Hij vertelde van zijn initiatief van een sap fabriek waar leerlingen van VMBO tot HBO buiten de school in een echte praktijk leren. Niet alleen door doen, maar ook door meer abstractere uitleg te krijgen over de onderliggende processen en de bovenliggende theorie. Dat noemde Henk het ” stil zetten en vertragen” van het proces. Dat kan niet in een echte fabriek, maar wel in een leerfabriek. De moeilijkheid zijn de leraren. Die moeten in het de praktijk te theorie zien en uitleggen. Soms letterlijk door de een motor bijvoorbeeld uit elkaar te leggen. Daaraan kunnen dan natuur- en wiskundige principes aan gekoppeld worden. Dat noemt Henk, met vele anderen, decontextualiseren. Bert van Oers noemt dat recontextualiseren (zie van Oers, B. (1998). The fallacy of decontextualisation. Mind, Culture, and Activity, 1998, vol. 5, nr 2, 135-142). Het is namelijk niet de context weghalen, maar het probleem, idee, concept, of model, in een andere context plaatsen. Van productiecontext naar de wiskundige context bijvoorbeeld.

Dat is didactisch heel moeilijk. Dat heb ik ook gezien in mijn onderzoek. Maar ik heb twee docenten gevonden die dat kunnen. In de school. Dat zijn praktijkdocenten die ook een meer theoretische achtergrond hebben. Een lasdocent bijvoorbeeld, die ook wiskunde geeft. Maar het kan dus.

Het is dus interessant te analyseren wat die leraren doen als ze recontextualiseren. Dat ben ik nu, in mijn laatste analyses aan het doen. Wat opvalt is dat ze, zoals Henk Maas ook zegt, het proces kunnen vertragen. Dat ze tijd nemen om te reflecteren met de leerlingen, ook als het productieproces om haast vraagt. Ze praten ook met de leerlingen over het didactisch proces; ze zeggen de leerlingen waarom ze hen soms dingen zelf laten uitzoeken (in dit kader is het concept van de redelijk, zedelijk, zelfverantwoorde zelfbepaling van Langeveld, die Henk ook noemde, interessant).

We moeten goed naar die leraren kijken niet alleen om nog beter en preciezer te weten te komen dat het kan in het onderwijs, maar ook hoe het kan.