De complexiteit van leraar

PIP66_complexiteit van het beroepVoor Pedagogiek in Praktijk nr. 66 besprak ik het boek van Jeroen Onstenk, Pedagogiek in de Onderwijspraktijk.

In een tijd waarin over het onderwijs gesproken wordt als ware het een productieproces waarvan de opbrengsten gemeten worden; waarin de kwaliteit van dat proces op efficiëntie en effectiviteit beoordeeld wordt, in die tijd komt er ook een boek uit waarin het juist gaat over de brede ontwikkeling van kinderen en de rol van het pedagogisch handelen van de leraar daarbij. Onstenks Pedagogiek in de onderwijspraktijk beoogd, volgens de achterflap, ondersteuning te bieden voor (aankomende) leraren bij het ontwikkelen van het pedagogisch handelen en een eigen visie daarop. In negen hoofdstukken wordt de volle complexiteit van het beroep van leraar besproken. Het leren dat met toetsen gemeten wordt, is daarvan slechts een onderdeel.

 

In het eerste hoofdstuk komt eerst de visie van de auteur op het pedagogisch handelen van de leraar aan de orde. Hier wordt meteen duidelijk dat het in het boek niet gaat om een extra pedagogische opdracht voor de leraar, maar juist om het pedagogische in al het handelen in de klas. Het is niet mogelijk niet pedagogisch te zijn als je om gaat met kinderen. Ook is het pedagogische niet een voorwaarde voor bijvoorbeeld kennisoverdracht, kennis overdragen is in zichzelf al pedagogisch, omdat het bijdraagt aan de optimale ontwikkeling van een kind. Vervolgens worden drie perspectieven op pedagogisch handelen besproken: de pedagogische opdracht, het pedagogisch klimaat en het pedagogisch-didactisch handelen. De pedagogische opdracht gaat om de “maatschappelijke doelen rond vorming, opvoeden, burgerschap en sociale integratie.” Het pedagogisch klimaat in de klas betreft, kort gezegd, de sfeer in de klas. Het pedagogisch-didactisch handelen wordt omschreven als de kern van het onderwijs: “het vormgeven van het leren zelf.” De perspectieven overlappen elkaar en zijn daarom niet altijd even scherp gescheiden. Dat lijkt me geen probleem, want daar gaat het juist om: de integratie van het pedagogische in de context van het onderwijs. Je zou het eenonderwijspedagogisch boek kunnen noemen.
In de volgende drie hoofdstukken komen de drie perspectieven aan de orde. Daarna volgen twee hoofdstukken met uitwerkingen van het pedagogisch handelen. Beide hoofdstukken zijn, overigens net als hoofdstuk 3 over het pedagogisch klimaat, gebaseerd op onderzoek van de kenniskring waarvan Onstenk lector is. De laatste drie hoofdstukken plaatsen het handelen van de leerkracht in de school in de nog bredere contexten van de brede school, de maatschappij en van de ontwikkeling van de leraar als professional.
Zeker hoofdstuk 6, over pedagogisch partnerschap, is actueel sinds het morele appél dat minister van onderwijs Van Bijsterveld op ouders om meer betrokken te zijn bij hun kinderen. In het hoofdstuk wordt duidelijk gemaakt wat het pedagogisch belang van een goede relatie tussen ouders en school is. Daarin zou je ondersteuning kunnen zien voor de oproep van de minister. De uitwerking maakt echter duidelijk dat het om partnerschap gaat, onderscheiden in participatie en betrokkenheid. Partnerschap veronderstelt een gelijkwaardige relatie tussen de partners. Een oproep aan slechts één van de partijen is dus zinloos. Het gaat om afstemming en open staan voor elkaar. Dat moet van twee kanten komen en dat kost tijd en meer dan een appél van een minister. Het hoofdstuk laat een aantal mooie voorbeelden zien en besluit met de conclusie dat het ook bij leerkrachten om houdingen gaan. Aan die houdingen zou in de opleidingen wel meer aandacht mogen zijn.
Samengevat is het een prima opleidingsboek voor Pabo’s, omdat het de complexiteit van het onderwijs niet reduceert tot een zo effectief mogelijk in te richten productieproces. Maar het is zeker ook een mooi boek voor iedereen in het (basis)onderwijs die zo nu en dan extra inspiratie en onderbouwing van zijn of haar pedagogisch handelen zoekt.
Jeroen Onstenk Pedagogiek in de onderwijspraktijk. Een geïntegreerde benadering
Bussum: Uitgeverij Coutinho, 2011. ISBN: 9789046902516, 232 p., € 26,50.