Bezig blijven. Of weer een reviewtje.

Leuk zeg, die nieuwe competitie tussen de binnenfietsapplicaties. Op Zwift was onlangs een race van Ineos en Rohan Dennis won die. Op Bkool werd een virtuele versie van de Ronde van Vlaanderen gereden en op (of is het gereden in?) Rouvy is de Ronde van Zwitserland gereden. Takcx deed de virtuele ronde van Italië. Als beginnende sporttechreviewer heb ik die apps natuurlijk allemaal geprobeerd en vermaak ik me prima in mijn kelder (paincave in het jargon), waar ik mijn binnentrainingen afwerk.

Ergens in het najaar kocht ik een fietstrainer, omdat ik dit jaar weer wat serieuzer zou gaan trainen, de kinderen bij mij zijn komen wonen en ik dus minder tijd buiten kon trainen. Nooit gedacht dat ik het zo leuk zou vinden, dat virtueel trainen. Op een fiets die stil staat een uur (of meer!) een beetje voor je uit trappen, dat is geestdodend!
Niet meer dus. De apps, er zijn er veel, maken het echt leuker. In verschillende opzichten, daar kom ik per app zometeen op terug. Want hier volgt dus mijn tweede reviewpost. Normaal gesproken bespreken reviewers de apps één voor één, met voor- en/of achteraf een overzichtstabel en meestal de conclusie dat het aan de persoonlijke voorkeuren ligt welke app het beste voor je is. Dat hoef ik dus niet te doen (Tip voor alle tech en gadgets voor duursport: https://www.dcrainmaker.com. Over trainingsapps schreef hij hier ). Ik bespreek hieronder wat ik gebruik en waarom (niet).

[Al doende moest ik ook de eerdere review updaten met betrekking tot de apps en andere toevoegingen, dus kijk daar voor mijn volledige techduursportsetup.]

Eerst mijn laatste nieuwe ontdekking, Bkool. Deze applicatie kwam ik tegen via de aankondigingen van de virtuele Ronde van Vlaanderen, daarvoor had ik er nog niet van gehoord. Het is een app waarin je bestaande routes met video en (virtuele) tegenstanders kan rijden. Zoals de Alpe d’Huez bijvoorbeeld of de col d’Izoard. Ook kun je zelf routes uploaden en workouts afwerken, zelf bouwen of met Traininigpeaks synchroniseren. Het best is de app te vergelijken met Rouvy dat ik al eerder had. Ongeveer dezelfde functies en via Rouvy werd de ronde van Zwitserland virtueel gereden. Na het testen van een workout, een zelf geüploade route, een georganiseerd event en een bestaande route ben ik om: Bkool vind ik fijner dan Rouvy. Vooral vanwege de iets prettigere interface en rustigere vormgeving. In de afbeelding hieronder zie je het scherm als je met robots in een zelf-geuploade route fietst (ik startte achteraan).

Ik startte achteraan…

Het zelf kunnen kiezen van bots als tegenstander (diesels, klimmers, vriende etc.) is grappig en leuk, want ze zijn niet voorspelbaar. Het tijdens het fietsen makkelijk ‘vastzetten’ van de weerstand in een zone (de gele knop ERG ) is handig . Wat ik nog mis, of alleen heel omslachtig heb geprobeerd, maar niet is gelukt, is het kunnen doen van een training in een route. Bijvoorbeeld de Galibier als route kiezen en dan het schema van Trainingpeaks daarin zetten. Eigenlijk dus wat bij Zwift wel kan, maar dan in een route in de ‘echte virtuele wereld’, zodat ik op het wedstrijdparcours een interval kan afwerken. Nu doe ik dat dus, door tijdens het fietsen van de route met mijn smartphone ernaast het schema in de gaten te houden en de ERGknop in te drukken.

Dan Zwift. Dat is vooral grappig en echt een game, maar ook een beetje te assertief in het motiveren. Je hebt in Zwift talloze trainingen en routes, je kunt samen rijden (meetups) en verschillende punten, badges en aantallen verbrande pizzapunten scoren. Heel leuk en motiverend allemaal (zie verder Zwiftinsider voor veel tips en tricks). Het (te) assertieve zit erin dat het algoritme mijn FTP1FTP staat voor Functional Treshold Pace, een grenswaarde van het vermogen dat je langere tijd vol kunt houden. Daar kom ik in een later blog nog wel een keer op terug.iets te voortvarend had aangepast. Daar kwam ik achter toen ik een intervalletje deed waarin ik 12*30 sec in zone 4 moest trappen. Zwift vond dat dat om 400 watt ging. Ik heb de training niet af kunnen maken. In Traininpeaks zag ik vervolgens dat mijn vermogen boven de geplande blokjes uitkwam.
Ha! Niet gek dus dat ik het te zwaar vond.

Intervalkrachttraining in trainingpeaks
De paarse lijn gaat boven de beoogde zone (blauw) uit

De meeste trainingapps zeggen FTP automatisch aan te passen. Virtueel is het vermogen dé parameter waar het om gaat, in tegenstelling tot op de weg of op Strava, waar het meestal om gemiddelde snelheid gaat. In elke app zit dan ook een FTP-test en kun je programma’s volgen om je FTP te verhogen. Het gaat een beetje ver om de zin, onzin en wetenschap daarachter hier uit te leggen, maar zo snel als Zwift denkt dat je die drempelwaarde verhoogt kan bijna niet. Ze doen dat, net als in de meeste apps, zodra je 20 min lang boven de eerdere grens hebt getrapt. Eigenlijk is dat niet zo heel moeilijk, ben ik achter. Maar een serieuze test is niet alleen 20 min je het leplazerus trappen. Zo kun je mijn FTP-test die ik bij Sportfocus deed bijvoorbeeld hieronder zien (elke 5 minuten vermogen met 40 watt omhoog). In alle apps zijn daar varianten op te vinden.

Kun je dus beter niet meer automatisch door de app je FTP laten aanpassen na 20 minuten boven drempelwaarde? Jawel, maar ik laat dat alleen Trainingpeaks doen en met een slag om de arm. Ik ben van plan over een paar maanden dat dan te controleren door een test met bloedafname.

Bkool, Rouvy en Zwift hebben we gehad, blijft over Tacx. Die app die bij mijn fietstrainer hoort. Die app gebruik ik eigenlijk alleen om de trainer te kalibreren. De Tacx is inmiddels de derde trainer die ik heb. How so? Nou dat zit zo.

In het najaar realiseerde ik me dat, als ik fitter en sterker voor een zwaardere triathlon zou willen worden, ik in de winter meer dan het jaar ervoor zou moeten doen. Ook meer fietsen dus. Aangezien ik daarnaast ’s avonds nauwelijks kon fietsen vanwege donkerte en kinderen, moest er iets in huis bedacht worden. Een rollerbank, zouden we vroeger zeggen. Een ‘Tacx’ roept iedereen tegenwoordig, of eigenlijk: ‘zwiften’. Er zijn veel binnentrainers op de markt, meer dan alleen Tacx dus. Ik wilde voorzichtig beginnen en dus een uit het lagere segment kopen. Die kunnen we beter vergeten: hij werkte niet samen met alle apps die ik in gedachten had en wiebelde ook nog. Teruggestuurd en een iets duurdere gekocht die het prima deed (Elite Qubo Smart+). Dat was een ‘wheel-on’ trainer, waar ik mijn oude racefiets inzette.
Wat ik vervolgens al virtueel fietsend merkte was, dat de ‘output’ die ik voelde te leveren niet klopte bij de getallen in de apps. Kalibreren zou de oplossing moeten zijn. Los van dat het via de Elite-app wat lastig ging, moest ik het bijna elke training doen en nog voelde het niet goed. Ik ben bijvoorbeeld een keer gediskwalificeerd in een Zwiftrace, omdat ik in mijn categorie een onwaarschijnlijk (en dus oneerlijk) wattage reed (zie onderstaand screenshot).

Uitgesloten van uitslag in Zwiftpower
UPG betekent niet in de uitslag van in verkeerde categorie ingeschreven

Kortom, toch weer een beter trainer, deze keer een ‘direct drive’, de Tacx Flux. Voelt stukken beter, klopt stukken beter en traint dus stukken effectiever, want ik kan preciezer in mijn zones te blijven. In het kader van het reviewen: vraag je dus bij aanschaf af of je misschien niet toch een duurdere (direct drive) wil, als je net als ik serieus met vermogenszones gaat werken.

Even terzijde, ik vind dus niet dat virtueel trainen zoveel mogelijk op het echte buiten trainen moet lijken, het is gewoon iets anders, maar als je gegevens (vermogen, hartslag etc.) gebruikt om scores, uitslagen, badges te berekenen, zouden ze wel moeten kloppen met wat er op de fiets gedaan wordt. Verder is het juist leuk om tegen robots te fietsen en dat die dus niet op mensen lijken en is het juist grappig dat je een ‘power-up’ kunt gebruiken om eventjes harder te gaan.

Over binnen en buiten gesproken, ik fiets uiteraard niet alleen nog maar binnen. Ook buiten wil ik zoveel mogelijk precies en op vermogen trainingen afwerken. Tot nu toe moest ik dan onhandig op mijn horloge kijken of ik het juiste wattage trapte.

Haha! Er kan iets handiger, dus er mag iets gekocht worden, want echt nodig ;). Een fietscomputer dus die mijn wattage laat zien en ook de tijd kan aangeven waarin ik een bepaald vermogen moet leveren volgens mijn schema. Het werd de Bryton Aero 60. Deze kwam in plaats van RidewithGPS op mijn smartphone.
RidewithGPS had ik al en kan ook mijn vermogen weergeven (niet de training zelf laten zien), maar de connectie valt soms weg en het verbinden met de vermogensmeter/hartslagmeter zelf lukt ook niet altijd.
De Aero 90 werkt prima. Het synchroniseren (via een app op de smartphone) werkt een beetje onhandig, maar lukt direct met onder andere route planner Komoot en mijn trainingsschema in Trainingpeaks. Enige nadeel is eigenlijk dat de GPS pas na een minuut of 10 buiten fietsen gevonden wordt, dus dan kan pas de route geladen worden en een opname gestart worden. Ik gebruik het echter niet om de training vast te leggen, maar vooral om de training makkelijk te kunnen zien terwijl ik bezig ben.
Wat niet kan is tegelijk navigeren en vermogen tonen. Wahoo zou dat moeten kunnen in combinatie met Garmin, maar ja dan zou ik twee nieuwe apparaten nodig hebben. Vandaar de Aero, de navigatie daarvan is een tikje onleesbaar of in ieder geval soms onnavolgbaar, maar daarvoor heb ik hem dus niet direct aangeschaft, want een blokjestraining doe ik meestal in de buurt.

Tot slot van deze pseudo-review komen we bij het uitzetten van routes. Dat gaat het fijnst met Komoot. Dit vergelijk ik met RidewithGPS, want dat werkt op een vergelijkbare manier. De kracht en het probleem van RidewithGPS is eigenlijk dat het alles een beetje kan, maar net niet handig en stabiel genoeg is. Komoot is echter zeer degelijk en duidelijk. Je kunt via de website en via de app routes creeëren, heen, of heen en weer, voor fietsen, lopen, wielrennen en ATB. Komoot kiest zelf passende routes en/of je kunt zelf tussen punten kiezen en/of aanpassen. In het overzicht van de route zie dan ook over welke ondergrond de route loopt (asfalt, verhard, onverhard etc). Dat leidt tot echt leuke routes. Ik heb zo bijvoorbeeld een route van Bergen op Zoom naar ongeveer Tilburg gemaakt. Bijna geheel onverhard. De aanpassingen die ik daarvoor zelf moest doen was het niet de grens oversteken. Ik heb genoten van de tocht.
Het enige probleem dat ik op de route had was dat als het GPS-signaal wegvalt, het verder rijden vanaf het punt waar je bent gebleven lastig is. Het gaat wel, maar kost tijd om te laden en veel ja/nee klikken. Daarnaast viel en op een of andere manier het gps-signaal dus weg, maar dat kan ook aan mijn Nokia gelegen hebben. Of aan Roosendaal, waar ik toen was 😉

De samenvatting van deze review in de vorm van mijn configuraties2behalve altijd mijn Polar Vantage M:

  • Binnen in de paincave: direct drive Tacx waarop mijn oude Jan Jansen, met als apps Zwift en Bkool en soms de smartphone ernaast om schema in Trainingpeaks bij te houden.
  • Buiten: tijdritfiets met de Aero 60 van Bryton; tijdens het ATB-en vooral Komoot en soms RidewithGPS voor de navigatie

Deze blog is op geen enkele manier gesponsord….

Lees meer in deze serie<< Waar ben ik mee bezig?