Onderwijsvakanties: van oogsten tot freelancen

De scholen gaan weer beginnen. Euh, ja. En dus? Mag ik dan weer gaan werken? Hoezo, ik ben toch allang aan het werk?17305_scholen_beginnen_weer

Eerder schreef ik al over de vreemde verdeling van de werkdruk in het onderwijs. Recent kwamen er weer wat rapporten uit over die werkdruk. Eigenlijk wil ik het daar niet over hebben. Ik ben vóór afschaffen van de one-size fits all benadering die in het onderwijs gebruikelijk is als het gaat om de werkverdeling. Dat punt is reeds helder gemaakt door Hartger Wassink.

In deze blog wil ook eens een voordeel benoemen van de vakanties in het onderwijs. Ja, inderdaad. Er zijn voordelen. Niet alleen dat je zo nu en dan een week en soms zelfs zes weken (vooruit vier) kan uitrusten van de zware druk. Of dat je tegelijk met je eigen kinderen vrij bent. Nee, het gaat om veel minder persoonlijke voordelen. We verdienen eraan als maatschappij. Als het aan mij ligt.

Oorspronkelijk is de zomervakantie ingesteld om de kinderen de gelegenheid te geven om mee te helpen op het land tijdens de drukke oogsttijd. Inmiddels is dat niet meer van belang. Wel doen er natuurlijk veel leerlingen uit het voortgezet onderwijs vakantiewerk in de zomer. Ik deed dat ook jaren. Fijn een centje bijverdienen voor je eigen vakantie van een week. Als leerlingen niet meer hooien, maar aardbeienplukken, dakdekken of friet bakken op de camping, wat zouden al die sectoren dan moeten zonder de vakantiekrachten?

Tot 2009 gaf ik zelf nog elke vrijdag gymles. Behalve in de vakanties van de regio en wat studiedagen. Toen ik daar mee stopte, nam ik meteen voor om eindelijk weer eens af te wijken van de vakantiespreiding. Dus ook in laagseizoen met de camper op pad gaan. Daarnaast ook lekker in de zomer door werken aan mijn proefschrift. Heerlijk vond ik dat. Het voelde bijna rebels.

Inmiddels zit ik weer in het onderwijsstramien. In het HBO, dus iets minder rigide, maar toch. Met zo’n 15 jaar onderwijservaring kan ik inmiddels goed inschatten wanneer ik de piekbelasting weer kan verwachten en zelfs kan plannen. Dat heeft als gevolg dat ik dus niet echt al die vakantieweken ‘nodig’ heb om ‘bij te werken’ en/of uit te rusten. Eén weekje samen met het gezin in de zomer is voldoende.

Sinds 2009 volg ik daarom in grote lijnen het werkritme van mijn vrouw. Ik werk lekker door voor en na onze eigen vakantie met als gevolg mijn punt: dat levert mij en de staat geld op. Ik doe dan namelijk geen achterstallig schoolwerk of bereid niet het nieuwe jaar voor. Ik heb dat immers in reguliere onderwijstijd handig gepland. Ik klus gewoon bij als onderwijspedagoog (onafhankelijk zelfstandig onderwijsondezoeker/-ontwikkelaar noem ik mijzelf). Helemaal wit, als zzp-er. Ontwikkelen van een module hier, schrijven van een visie daar, analyse van een programma zus en voorbereiden van een audit zo. De omzetbelasting die ik in het derde kwartaal zal moeten betalen en die indicatief is voor het betaalde werk in de zomermaanden, bedraagt ongeveer 1200 euro (mijn boekhouding is ook weer op orde). Dat is lekker voor mij en voor de schatkist.
Stel dat iedereen in het onderwijs dat zou doen, en te zien aan mijn timeline doen er veel dat ook, dan kost het onderwijs niet alleen geld, maar faciliteert het onderwijssysteem het bijverdienen door leraren, leerlingen en anderen in het onderwijs en levert het dus geld op.
Zoveel is er dus eigenlijk niet veranderd sinds de boeren eisten dat de kinderen wel mee konden blijven oogsten in de zomermaanden.

Geef een reactie